Amfibieën

  • Op dit park leven kikkers en salamanders.
  • Hiervoor liggen er verschillende poelen verspreid over het park.
  • Naast die poelen moeten diverse planten staan die hen bescherming bieden.
  • We zoeken daarvoor na inheemse plantensoorten.
  • Zou het netjes er omheen gemaaid zijn dan zijn deze kikkers en salamanders een makkelijke prooi voor o.a. de kippen die ze graag lusten.
  • Een vrouwtjeskikker legt haar eitjes in het water in een grote slijmbal.
  • Salamanders binden hun eitjes vast aan allerlei waterplanten.
  • De eitjes noemt men dril.
  • De eitjes groeien uit tot kikkervisjes. 
  • Die zien er uit als visjes met een lange staart.
  • Met hun kieuwen halen ze adem, net als vissen.
  • Na ongeveer 6 weken krijgen ze achterpootjes en daarna komen de voorpootjes.
  • Langzaam verdwijnt hun staart en krijgen ze longen, de kikkervisjes zijn dan kikkers geworden!
  • Nu kunnen ze het water verlaten en hun eerste sprongetjes aan land zetten.

Europese Oehoe

  • De oehoe behoort tot de grootste uilen ter wereld.
  • Mede door zijn opvallende verschijning was de oehoe altijd een makkelijke prooi voor jagers.
  • De oehoe is door de eeuwen heen sterk vervolgd en daardoor op veel plaatsen verdwenen.
  • Dankzij beschermende maatregelen en herintroductie is een kentering ingetreden.
  • Sinds 1997 broedt deze uil zelfs weer in Nederland.
  • De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels.
  • Deze verboden gelden in heel Nederland.
  • Uiteraard hebben wij officiële toestemming deze dieren in gevangenschap te houden.
  • Deze uilen zijn in gevangenschap geboren en getogen, geringd en voorzien van alle Cites verklaringen.
  • Door het tonen van deze dieren hopen wij u en uw kinderen respect bij te brengen voor de in het wild levende exemplaren.
  • Het mannetje ( wat ze een Tarsel noemen) in deze kooi heet Henkie, het vrouwtje (noemen ze een Wijf) heet Hedwig.
  • De hoogte van de kooi hebben wij getracht te verhogen door dieper in de grond te gaan.
  • In de kooi staat diverse beplanting, hierin verstopt zich uiteraard graag ongedierte. De uilen loeren daarop en vangen deze. Hierdoor behouden ze hun natuurlijke gedrag.
  • Als voedsel eten ze o.a eendagskuikens, dit wordt beschouwd als afval van de eierindustrie.
  • De prooien worden in zijn geheel opgegeten, haren en botjes spugen ze tijdens het spijsverteringsproces in de vorm van haalballen uit (het is wettelijk niet toegestaan om die haarballen aan bezoekers mee te geven!)
  • Uilen halen hun drinken uit de prooidieren, daardoor hoeven er geen waterbakken in de volière te staan, wel worden ze regelmatig door ons nat gesproeid.
  • Oogkleur
    In Nederland komen uilen voor met zwarte ogen, oranje ogen en gele ogen. Uilen met zwarte ogen, zoals de bosuil en de kerkuil, zijn pure nachtjagers. Soorten die oranje ogen hebben, zoals de oehoe en de ransuil, jagen ook in de schemering, dus met zonsopgang of zonsondergang. Uilen met een gele iris, zoals steenuil, velduil en ook de sperweruil, zijn voor een groot deel ook overdag actief.
    Uitzonderingen
    Je kunt dus over het algemeen zeggen: hoe lichter de ogen van de uil, hoe lichter het is op het tijdstip waarop hij jaagt. Maar in de natuur zijn altijd uitzonderingen te vinden. Zo heeft de ruigpootuil lichtgele/witte ogen. Toch staat hij bekend als uitgesproken nachtjager.

In onderstaande MP3 hoort u het geluid van de Oehoe

Afrikaanse oehoe
 
Leefgebied
De Afrikaanse oehoe komt voor op het Arabisch Schiereiland en in het zuiden van Afrika. Het leefgebied is zeer gevarieerd. Ze worden aangetroffen in droge, rotsachtige gebieden en gebieden met afwisselend lage heuvels, grasland en struikgewas. Verder komen ze voor in droge halfopen bosgebieden zoals savannes. De vogels mijden dichte bossen en worden in berggebieden tot 2100 m hoogte aangetroffen.

Uiterlijk
Afrikaanse oehoes zijn bruingrijs met roodbruine vlekken. De vleugelpennen en de staartpennen vertonen duidelijke brede banden. De snavel is zwart en de iris is geel. Ze hebben rechtopstaande oorpluimen.

Ze zijn gemiddeld 45 cm lang. Mannetjes wegen 490 tot 620 gram en vrouwtjes 640 tot 850 gram. Voor een oehoe soort is het een betrekkelijk kleine uil. Desondanks hebben ze spanwijdte van 1 meter.  

Wetenswaardigheden
Afrikaanse oehoes hebben rechtopstaande oorpluimen.
Vrij grote prooien worden in zijn geheel, schoksgewijs naar binnen gewerkt.
Ze komen nogal eens vast te zitten in prikkeldraad en zijn vaak het slachtoffer van het verkeer.
Voedsel in de natuur
De prooi bestaat uit kleine zoogdieren, vogels, insecten, reptielen en kikkers. Vrij grote prooien worden in zijn geheel, schoksgewijs naar binnen gewerkt. Af en toe wacht hij daarbij even met nog een volle bek. Nog grotere prooien worden eerst in stukken gescheurd. Voor het voeren van jongen zullen ze ook stukjes van de prooi afscheuren. Wanneer het vrouwtje op het nest zit zal het mannetje voedsel komen brengen.

Gedrag
Afrikaanse oehoes jagen een paar weken in hetzelfde gebied waarna ze weer verder trekken. Volwassen paartjes zijn zeer fel in het verdedigen van hun jachtgebied. Voor jonge dieren is het daarom vaak moeilijk om een eigen jachtgebied te vinden waar nog geen volwassen paartjes zitten. 

Bij de communicatie tussen een paartje roept het mannetje meestal: "hoe-hoepoeoe" waarna het vrouwtje antwoord met "Hoe hoe hoe"

Predatie
Een natuurlijke vijand is de Verreaux' oehoe.

Voortplanting in de natuur
Afrikaanse oehoes vormen paartjes voor het leven. Na 1 jaar zijn ze geslachtsrijp. Normaal gesproken maken ze een nest op de grond, gecamoufleerd door stenen, gras of struiken. Ze broeden van juli tot februari. Het vrouwtje legt 2 tot 4 eieren en broedt ze zelf uit terwijl het mannetje voor het voedsel zorgt. De broedtijd bedraagt ongeveer 32 dagen. Na 7 weken kunnen de jongen vliegen. Vijf weken later verlaten ze het nest. In het wild worden ze een jaar of 10. In gevangenschap kunnen ze 20 jaar worden.

Bedreiging
Afrikaanse oehoes komen nogal eens vast te zitten in prikkeldraad en zijn vaak het slachtoffer van het verkeer. Dit heeft echter geen effect op de totale populatie. De grootte van de wereldpopulatie is niet gekwantificeerd maar deze vogel komt wijd verspreid voor. Men veronderstelt dat de soort in aantal stabiel is. Om deze redenen staat de Afrikaanse oehoe als niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN.

Kerkuil

  • De kerkuil (Tyto alba)

    De kerkuil is met zijn hartvormige gezicht en gitzwarte ogen één van de meest opvallende uilensoorten.

    Hoe kan je de kerkuil herkennen?

    • Een lichaamslengte van 29 tot 44 centimeter groot
    • Zwarte ogen
    • Grote kop met wit, hartvormig gezicht
    • Goudbruine bovendelen en vaak wit lijkende, licht gestippelde onderzijde
    • Lange poten
  • Wat eet de kerkuil?

    De kerkuil jaagt ‘s nachts door kort boven de grond te vliegen en de grond af te speuren naar voedsel. Op het menu staan vooral knaagdieren (muizen en zelfs ratten), maar ook vleermuizen en kleine vogels.

    Waar leeft de kerkuil?

    De kerkuil is een evolutionair succes en komt op alle continenten voor.

    Hoe plant de kerkuil zich voort?

    De kerkuil bouwt zijn nest in kerktorens, schuren en andere gebouwen. De vogel legt gemiddeld twee keer per jaar zo’n 4 tot 6 eieren. De moeder bewaakt het nest terwijl de vader voor de aanvoer van voedsel zorgt.

    Hoe krijg je de kerkuil te zien?

    De kerktuil jaagt in open gebieden als akkers en weilanden. Je krijgt hem ‘s nachts vaak te horen, maar niet gauw te zien.

  • De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels.
  • Deze verboden gelden in heel Nederland.
  • Uiteraard hebben wij officiële toestemming deze dieren in gevangenschap te houden.
  • Deze uilen zijn in gevangenschap geboren en getogen, geringd en voorzien van alle Cites verklaringen.
  • Door het tonen van deze dieren hopen wij u en uw kinderen respect bij te brengen voor de in het wild levende exemplaren.
  • Deze uil heet Sammy en dat is een wijf.
  • De hoogte van de kooi hebben wij getracht te verhogen door dieper in de grond te gaan.
  • In de kooi staat diverse beplanting, hierin verstopt zich uiteraard graag ongedierte. De uilen loeren daarop en vangen deze. Hierdoor behouden ze hun natuurlijke gedrag.
  • De prooien worden in zijn geheel opgegeten, haren en botjes spugen ze tijdens het spijsverteringsproces in de vorm van haalballen uit (het is wettelijk niet toegestaan om die haarballen aan bezoekers mee te geven!)
  • Uilen halen hun drinken uit de prooidieren, daardoor hoeven er geen waterbakken in de volière te staan, wel worden ze regelmatig door ons nat gesproeid.
  • Oogkleur
    In Nederland komen uilen voor met zwarte ogen, oranje ogen en gele ogen. Uilen met zwarte ogen, zoals de bosuil en de kerkuil, zijn pure nachtjagers. Soorten die oranje ogen hebben, zoals de oehoe en de ransuil, jagen ook in de schemering, dus met zonsopgang of zonsondergang. Uilen met een gele iris, zoals steenuil, velduil en ook de sperweruil, zijn voor een groot deel ook overdag actief.
    Uitzonderingen
    Je kunt dus over het algemeen zeggen: hoe lichter de ogen van de uil, hoe lichter het is op het tijdstip waarop hij jaagt. Maar in de natuur zijn altijd uitzonderingen te vinden. Zo heeft de ruigpootuil lichtgele/witte ogen. Toch staat hij bekend als uitgesproken nachtjager.

in deze MP3 ziet u de jacht van de kerkuil

in deze mp3 hoort u het geluid van de Kerkuil

MISBRUIK KONIJNEN

Twee meest voorkomende misvattingen zijn dat:

1) een konijn een "kinderdier" is , en dat

2) een konijn het fijn vindt om opgetild en geknuffeld te worden.

 

Vaak wordt een konijn dan ook aangeschaft voor een jong kind, om ermee te knuffelen, te spelen, op te tillen en rond te sjouwen. In feite is een konijn absoluut ongeschikt om opgetild en rondgesjouwd te worden. In de natuur gaat een konijn uitsluitend de lucht in wanneer hij wordt gegrepen door een roofdier. Opgetild worden vanaf de grond is daarom voor een konijn heel beangstigend. Uit angst kan het dier gaan trappen en spartelen, om te ontvluchten aan het 'roofdier' dat hem gegrepen heeft. Of het konijn zal zich uit angst doodstil houden.

Bij het laatste ontstaat dan weer makkelijk het verkeerde idee dat het konijn het fijn vindt om vastgehouden te worden. Het zit immers lief, en heel stil, in de armen of op schoot.

Een konijn is een prooidier, met het bijbehorende prooidierkarakter. Prooidieren houden zich bij ziekte, maar ook bij angst, zo stil mogelijk om niet op te vallen. Een konijn dat schijnbaar “lief en rustig” grote drukte, lawaai en pakkende handen ondergaat en doodstil op schoot zit, verkeert in werkelijkheid in een ernstige stresstoestand. Hoe meer stress en angst, hoe stiller een konijn zich houdt, in de hoop dat “het gevaar” weggaat. - Proefkonijnen in laboratoria laten daarom zonder tegenstand alles met zich doen.

Grote stress wordt bij een konijn vaak niet herkend door eigenaars of andere verzorgers. Doodsangst merk je niet zo bij konijnen, als je daar geen oog voor hebt. Maar het kan onzichtbare doch ernstige lichamelijke problemen veroorzaken. Zoals een stilvallend darmstelsel, wat kan uitmonden in een levensbedreigende toestand. Zelfs kan het hartfalen veroorzaken, misschien niet op het moment zelf, maar wat later, zodat niemand begrijpt waarom het konijn ineens dood ligt.

Konijnen hebben behoefte aan Begrip en Respect voor hun prooidierkarakter. Ze zijn dieren die behoefte hebben aan een rustige en stabiele leefomgeving, met genoeg schuilmogelijkheden.

 

Het mag hiermee duidelijk zijn dat een konijn dan ook absoluut ongeschikt is om meegenomen te worden naar manifestaties met veel mensen en drukte en een hoop herrie.

Deze info komt van Stichting KonijnenBelangen, deze hoopt met deze uitleg met name organisatoren van dierenbeurzen, van (reizende) kinderboerderijen en/of van buurt- wijk- of andere feesten te bereiken. Zodat ze niet meer het verkeerde idee hebben dat je konijnen mag misbruiken als levende knuffels. Want van hand tot hand of van schoot naar schoot gaan is een uitgesproken kwelling voor deze gevoelige dieren.